Vanaf de uitkijktoren #70

Het meest opvallende deze week was het opruimen van het opslagterrein bij molen 13 waar vorige week nog kraanonderdelen lagen. Wat heb ik op dat terrein genoten van het lossen en opstellen van de betonnen ringen, de opslag van wieken, het oprichten van de blauwe kraan en natuurlijk de bouw van de eerste molen met al de gesprekken met bevlogen mensen tijdens het wachten voor er iets gehesen kon worden. Het is wennen nu alle molens klaar zijn en alleen de opruimploeg van GMB op verschillende plaatsen aan het werk is.

 

Het weer en zeker de harde wind lokken niet erg uit om de toren te beklimmen maar gelukkig tref je als je niemand bovenop treft vaak nog wel mensen op het parkeerterrein die naar de vogelhut gaan en meestal teleurgesteld terug komen want meer dan een zilverreiger, wat meerkoeten en ganzen zie je in deze tijd niet vanuit die mooie ruime hut. Ik spreek ze dan meestal aan om over de reeën en straks de oeverzwaluwen te vertellen en natuurlijk het zeearendennest dat iets verder op langs de parallelweg is te zien. Ik probeer dan natuurlijk ook wat duurzaamheid in de groep te gooien en dat lukt af en toe. Deze week was het natuurlijk met de schoolstaking voor een beter milieu wat gemakkelijker om over het milieu te beginnen en dan blijken veel vogelaars wel iets met het milieu te hebben maar gaan ze liever terug naar hoe het vroeger was zonder grote industrie en vervuilende  vervoersmogelijkheden dan dat ze nuchter vooruit kijken en zich zelf beperkingen opleggen om wat minder vervuiling van onze atmosfeer te veroorzaken.

 

Zoals u weet wordt een deel van de opgewekte stroom van de Krammermolens verkocht aan de DSM en na de staat ben ik een van de eerste aandeelhouders van dit bedrijf omdat ik bij de beursgang me inschreef voor de nieuwe aandelen om zo me een beetje de baas van mijn vader te voelen die daar destijds hoofd van de veiligheidsdienst en het milieu was. Mijn ouders waren na de oorlog vanuit Utrecht naar Limburg getrokken omdat daar werkgelegenheid was in de steenkolenmijnen die voor  ons land de broodnodige energie moesten leveren. Ik ben geboren op 20 meter afstand van het rangeerterrein van Staatsmijn Hendrik waar dag en nacht stoomtreinen wagons met kolen op en neer tuften en iedereen was trots op zijn zeer gevaarlijke werk in dienst voor het vaderland. Het steenkolentijdperk in Nederland heeft honderden mensen bij ongelukken en vele duizenden door stoflongen het leven gekost en de grond in het gebied is gemiddeld 10 meter gedaald en is nog steeds niet uitgewerkt en kost(te) miljarden en toch blijft die periode een warm plekje in mijn hart houden omdat je niet alleen aan je zelf dacht maar ook aan je omgeving en het land. Kunt u zich voorstellen dat ik met deze achtergrond ook trots ben op windmolens die op een schonere en veiligere manier energie voor ons land leveren en dat ik soms wat bedroefd reageer als vrienden in hun door hoge bomen omgeven huis  petities tekenen tegen de komst van windmolens op 5 kilometer afstand omdat deze horizonvervuilers zijn, draaien op subsidie, oorverdovend lawaai maken, je geestelijk en lichamelijk ziek maken en honderden vogels het leven kosten?

 

Zaterdag woei het flink en kon ik me met moeite staande houden bovenop de uitkijktoren. Voor het eerst hoorde ik nu luid het lawaai van de wind langs de wieken van molen 32 bulderen en ik was even bang dat de wieken zouden afbreken en verschool me achter de toren. Plotseling was het stil en toen ik uit mijn schuilplaats kwam zag ik dat van de zo juist nog alle 34 draaiende molens nummer 32 t/m 28 binnen enkele seconden stil stonden. Verheugd keek ik om me heen op zoek naar de zeearend die dit wonderlijk gebeuren vast veroorzaakt zou hebben door langs een camera te vliegen maar er was geen vogel te bekennen. Na vijf minuten begonnen de molens weer te draaien en na zes minuten draaiden alle 34 weer normaal en vroeg ik me af of ik niet gewoon eventjes gedroomd had. Gelukkig kwam er een motorrijder de parkeerplaats op die me vroeg waarom de molens even stil hadden gestaan. Ik wees hem op het servicegebouw aan de overzijde van het sluizencomplex waar een bestelauto voor geparkeerd stond en vertelde dat er veiligheidsproeven gedaan werden en dat verzonnen antwoord accepteerde hij.

 

 

Meer vanaf de uitkijktoren lezen?

Terug naar overzicht

Vanaf de uitkijktoren #69

De sneeuw trekt altijd fotografen en daarom zagen we afgelopen week meerdere mensen met mooie camera’s op de uitkijktoren. Het leuke van fotografen is dat ze naast hun foto’s maken ook meestal voor andere zaken warm lopen en dat is rond de molens meestal de natuur en vooral de vogels. Toch spraken we ook een gewaardeerd lid van een fotoclub die speciaal voor de molens gekomen was want hij had bij iemand prachtige foto’s van molens in de mist gezien en wilde dat ook gaan proberen maar helaas was de ochtendmist al vertrokken en brak de zon zelfs een beetje door. Hij beweerde dat als je foto’s van mensen als onderwerp uitsluit molens het meest gefotografeerd object is in ons koude kikkerlandje. En dan echt niet alleen de molens van Kinderdijk die zo decoratief zich in het water spiegelen voor de buitenlandse toeristen maar ook de moderne molens waar een ander deel van ons volk zo’n hekel aan heeft. Je moet die mensen nooit tegenspreken want dan heb je zo ruzie en dus vraag ik die felle tegenstanders vaak naar hun bezwaren. Ze komen dan met hun uit verhalen en de media overgenomen bezwaren maar hebben nooit eens dat geluid van de nieuwe generatie molens gehoord en nemen de klimaatveranderingen niet serieus. Het zal mijn tijd wel duren, hoor ik vaak maar we hebben toch ook een verantwoordelijkheid voor de komende generaties.

 

Een fotograaf op de toren had wel eens foto’s van mij op dit blog bekeken en vond ze ronduit saai en totaal niet artistiek. Ik verdedigde me met te zeggen dat het om mijn verhaal gaat en de foto’s een nuchter verslag van de bouw moeten geven en zelfs gecontroleerd worden voor ze geplaatst worden. Hij adviseerde me toch wat indringender te fotograferen en wat extra’s toe te voegen zonder het hoofdmotief, de molens, te verstoren. Ik beloofde mijn best te doen en hierbij enkele voorbeelden.

 

Vrijdag trof ik een jonge man van rond de 25 op de toren in een te nauw zwart colbertje en een zwarte broek met veel te korte pijpen. In mijn ogen is dat niet de hedendaagse mode en dus informeerde ik voorzichtig naar de redenen waarom hij er “zo netjes” uitzag op een gewone doordeweekse dag. Hij vertelde dat hij op Tholen woonde en op weg was naar de herdenking van de watersnoodramp van 1953 in Nieuwe Tonge. Zijn opa had destijds zijn broer van 17 voor zijn ogen zien verdrinken en er werd altijd rond deze maand veel over gesproken in de familie en dat had diepe indruk gemaakt op deze bezoeker van de toren. Tijdens een logeerpartij bij opa had hij op zolder een kast met kleren van zijn verdronken oud-oom gevonden en met opa bekeken. Opa pakte het eerste pak van zijn broer, dat hij had gekregen om naar de kerk te gaan, en gaf het zijn kleinzoon die het precies paste. Hij had het om zijn oom te eren aangetrokken bij de herdenking van de ramp in hun dorp en sindsdien ging hij ieder jaar naar een andere herdenking van de ramp om te beleven hoe andere plaatsen omgaan met hun verleden en vandaag ging hij naar Nieuwe Tonge. Nog steeds met het pak van oud-oom waar hij eigenlijk niet meer in paste.

 

Een bezoeker vroeg me of de Philipsdam ook onderdeel is van het Deltaplan om ons land te beschermen tegen stormen en hoog water. Ik wist het niet zeker maar dacht van niet omdat de dam nog niet zo oud is maar een andere bezoeker dacht van wel want anders was er wel gewoon een brug gekomen in plaats van een dam met sluizen. Hij herinnerde zich nog dat in afwachting van de Philipsdam in de dijk van Oude Tonge naar Ooltgensplaat tijdelijk damwanden geplaatst waren om die dijk op Deltahoogte te brengen tot de Philipsdam klaar was. Hij waarschuwde dat die damwanden er weer moeten komen als we de Philipsdam zouden gaan afbreken in het kader van de blauwalgbestrijding en het weer zout maken van het Volkerak. Weer een ander dacht dat de dam vooral voor de scheepvaart naar Antwerpen was gebouwd en niet zo zeer ter bescherming. We concludeerden dat het eigenlijk niet zo belangrijk is of de dam wel of niet bij de Deltawerken hoort.

 

 

Meer vanaf de uitkijktoren lezen?

Terug naar overzicht

Vanaf de uitkijktoren #68

Ondanks de sneeuw en de kou kwamen er toch mensen de toren op om rond te kijken en kon ik weer praatjes maken. Ik had een leuk gesprek met een vroegere smid uit Moerstraten die met zijn zoon uit Californië een rondje aan het rijden waren. De vader was trots op zijn oude beroep en had vooral genoten van alle contacten met mensen waar voor hij moest werken. Helaas worden alle smeden op den duur lawaaidoof en dat belemmert je in de sociale contacten. De zoon had aan de Th-Delft werktuigbouw gestudeerd en had veel interesse in onze molens maar ook in de coöperatievorm van het windpark. Hij vond het een goed idee om energieopwekking dichter bij de mensen te brengen waardoor het draagvlak  stijgt.

 

Met wat weemoed namen we afscheid van de portiersloges waar me meer dan twee jaar zulke leuke contacten gehad hebben met de diverse portiers. Heel verschillende achtergronden, hobby’s en werkmotivatie maar vol liefde voor hun vak.

 

Een bezoeker vroeg me naar alle weerstand tegen de bouw van deze 34 molens en ik kon hem vertellen dat die weerstand best meegevallen is. Natuurlijk zit niet iedereen te springen om molens in zijn uitzicht te krijgen maar de afstanden zijn best groot en er is totaal geen last van slagschaduw en lawaai omdat er in de wijde omtrek niemand woont. Het is in ieder geval veel beter dan chemische fabrieken of een drukke spoorweg of autoweg langs je huis en veel mensen worden toch steeds meer bewust van alle milieuschade van de fossiele brandstoffen. Ik zag een reportage over agressieve acties tegen de komst van molens bij een dorp in Groningen en het viel op dat niemand een alternatief had voor een andere betere vorm van schone energie. Het is toch juist voor hen dat we van het gas af willen?

 

Een kind vroeg me na mijn uitleg over de zoet- en zoutwaterscheiding in de sluizen of de molens aan de Oosterschelde kant vanwege het zoute water nu sneller roesten dn de molens aan de andere kant van de sluizen. Ik kon hem vertellen dat de molenschachten van beton zijn en de wieken van kunststof dus dat van roesten geen sprake is. Het was leuk kinderen erop te wijzen dat aan de westkant totaal geen ijs op het zoute water dreef terwijl aan de Krammerkant met het zoete water wel plekken bevroren waren.

 

Vanwege de politieauto op de parallelweg toen ik de zeearenden wilde gaan spotten durfde ik deze week niet weergaan kijken maar ik hoorde van vogelaars dat er regelmatig een echtpaar het nest bezoekt en dat zeer vertrouwen in hebben dat er straks weer gebroed zal worden.

 

Tot slot nog een compliment voor de werknemers van GMB die steeds hard bezig zijn om de locatie Krammer op te ruimen en voor een deel weer klaar te maken voor de broedende vogels straks in de lente.

 

 

Meer vanaf de uitkijktoren lezen?

Terug naar overzicht